De homo-acceptatie onder jongeren is de afgelopen jaren sterk afgenomen. Dat blijkt uit het nieuwe HBSC-onderzoek van de Universiteit Utrecht en het Trimbos-instituut. Vooral onder jongens zijn de cijfers opvallend, maar ook onder meisjes is een duidelijke verandering zichtbaar.
Het gaat bovendien niet alleen om algemene opvattingen over homoseksualiteit. Jongeren kregen ook vragen over vriendschap, zoenen tussen mensen van hetzelfde geslacht en de mogelijkheid om op school openlijk homoseksueel of lesbisch te zijn. Juist die antwoorden laten zien dat de ontwikkeling invloed kan hebben op de dagelijkse sociale omgeving van jongeren.
Homo-acceptatie onder jongeren daalt fors
Het HBSC-onderzoek wordt iedere vier jaar uitgevoerd onder een landelijk representatieve groep schoolgaande jongeren. In 2025 deden onder andere ruim 5.100 jongeren van 12 tot en met 16 jaar in het voortgezet onderwijs mee aan het onderzoek. (Bekijk het HBSC-onderzoek)
In 2021 had 59,1 procent van de jongeren in het voortgezet onderwijs volgens de onderzoekers een positieve houding tegenover homoseksualiteit. In 2025 was dat nog 36,5 procent. Daarmee is een eerdere ontwikkeling doorbroken. Sinds 2009 werd de houding van jongeren juist steeds positiever.
Bij jongens daalde het aandeel met een positieve houding van 40,3 naar 22,3 procent. Bij meisjes ging het van 78,1 naar 51,3 procent. Meisjes zijn daarmee gemiddeld nog steeds positiever dan jongens, maar ook bij hen is de afname groot.
Mag een homoseksuele jongere ook je vriend zijn?
Een van de vragen uit het onderzoek maakt de cijfers een stuk concreter. Jongeren moesten reageren op de stelling: ‘Homoseksuele jongeren mogen mijn vrienden zijn.’
In 2021 was 63,7 procent van de jongens in het voortgezet onderwijs het daarmee eens. In 2025 was dat nog 44,4 procent. Bij meisjes daalde het percentage in dezelfde periode van 90,7 naar 74,5 procent.
Dat betekent niet dat alle andere jongeren aangeven géén homoseksuele vriend te willen. De antwoordmogelijkheden kennen ook een middenpositie. Toch laat de verschuiving zien dat vanzelfsprekende acceptatie binnen vriendschappen minder breed gedragen wordt dan vier jaar geleden.
En juist daar kan een algemene houding heel dichtbij komen. Het gaat dan niet meer alleen om wat iemand vindt van homoseksualiteit als maatschappelijk onderwerp, maar om vragen als: blijf je naast iemand zitten die uit de kast komt? Verandert er iets binnen een vriendengroep? En voelt een jongere zich veilig genoeg om überhaupt te vertellen op wie hij of zij valt?
Jongens én meisjes worden minder positief
De aandacht gaat in berichtgeving al snel naar jongens. Dat is begrijpelijk, omdat hun cijfers het laagst zijn. In 2025 vindt bijvoorbeeld 60,9 procent van de jongens in het voortgezet onderwijs het vies wanneer twee jongens met elkaar zoenen. Bij twee meisjes is dat 51,8 procent.
Toch zou het te eenvoudig zijn om dalende homo-acceptatie alleen als een ‘jongensprobleem’ te zien.
Ook onder meisjes is de verandering aanzienlijk. Nog maar iets meer dan de helft heeft volgens de gebruikte schaal een positieve houding tegenover homoseksualiteit. Daarnaast vindt 29,3 procent van de meisjes twee zoenende jongens vies en 27,8 procent twee zoenende meisjes.
Daarmee laat het onderzoek zien dat de verschuiving breder binnen de jongerengroep plaatsvindt, ook al zijn de verschillen tussen jongens en meisjes groot.
Openlijk homoseksueel zijn op school wordt minder vanzelfsprekend
Misschien nog opvallender is hoe jongeren naar hun eigen school kijken. In 2021 dacht bijna 60 procent van de leerlingen dat iemand op school eerlijk kon vertellen homoseksueel of lesbisch te zijn. In 2025 is dat gedaald naar 44,9 procent.
Onder jongens denkt slechts 37,4 procent dat iemand daar op school open over kan zijn. Bij meisjes is dat 52,7 procent. Ook bij meisjes daalde dit percentage sterk: in 2021 lag het nog op 65,8 procent.
Dat zegt niet automatisch dat alle andere leerlingen zelf iemand zouden uitsluiten. Het zegt wel iets over hoe jongeren de sfeer om zich heen inschatten.
Voor een leerling die twijfelt of hij of zij uit de kast wil komen, kan dat verschil belangrijk zijn. Acceptatie gaat immers niet alleen over expliciet pesten of discrimineren. Ook grappen, opmerkingen, groepsdruk en reacties van vrienden bepalen hoeveel ruimte iemand ervaart om zichzelf te zijn.
We schreven eerder al over waarom LHBTI-jongeren zich juist op school onveilig kunnen voelen.
Waardoor verandert de houding van jongeren?
Waarom de homo-acceptatie zo sterk is afgenomen, kan het HBSC-onderzoek niet aantonen. Er is dus geen enkele ontwikkeling aan te wijzen die deze cijfers volledig verklaart.
Wel groeien jongeren op in een omgeving waarin opvattingen over seksualiteit, gender en mannelijkheid voortdurend voorbijkomen. Niet alleen thuis en op school, maar ook via vrienden, groepsapps, influencers en sociale media.
Daar kunnen heel verschillende normen naast elkaar bestaan. Jongeren zien positieve representatie van seksuele diversiteit, maar komen tegelijkertijd ook content tegen waarin homoseksualiteit belachelijk wordt gemaakt of wordt gekoppeld aan ideeën over hoe een ‘echte man’ of ‘echte vrouw’ zich zou moeten gedragen.
Welke invloed die ontwikkelingen precies hebben op de gemeten daling, vraagt volgens de onderzoekers om verder onderzoek. Het is daarom te makkelijk om één platform, bevolkingsgroep of maatschappelijke ontwikkeling als oorzaak aan te wijzen.
Van mening naar sociale veiligheid
Voor scholen zit de belangrijkste vraag uiteindelijk niet alleen in wat een leerling persoonlijk van homoseksualiteit vindt.
Interessanter is wat zo’n opvatting betekent voor het gedrag binnen een groep. Kan een jongen vertellen dat hij op jongens valt zonder bang te zijn dat zijn vrienden anders naar hem kijken? Kan een meisje vertellen over haar vriendin zonder dat daar opmerkingen over worden gemaakt? En wordt er gereageerd wanneer ‘homo’ in de klas als scheldwoord wordt gebruikt?
Daar raakt homo-acceptatie direct aan sociale veiligheid.
Het betekent niet dat iedere leerling hetzelfde moet denken. Wel moet iedere leerling naar school kunnen zonder vanwege zijn of haar seksuele oriëntatie te worden buitengesloten, vernederd of geïntimideerd.
Het gesprek stopt niet na Paarse Vrijdag
De cijfers uit het HBSC-onderzoek laten vooral zien dat homo-acceptatie onder jongeren niet vanzelfsprekend in één richting blijft ontwikkelen. Een eerdere stijging kan ook weer omslaan.
Daarom is het belangrijk om seksuele diversiteit niet alleen tijdens een losse themadag te bespreken. Vriendschap, groepsdruk, vooroordelen, sociale media en respect zijn onderwerpen die gedurende het hele schooljaar terugkomen.
Juist door die onderwerpen bespreekbaar te maken, kan een klas onderzoeken waar bepaalde ideeën vandaan komen én wat die ideeën voor een ander betekenen. Binnen onze voorlichting over seksualiteit en diversiteit is daarom niet alleen aandacht voor begrippen, maar ook voor vooroordelen, uitsluiting, media-invloed en respectvol omgaan met verschillen.

