De naam klinkt bekend en onschuldig: roze cocaïne. Toch is Tusi geen cocaïne en ook geen vaststaand middel. Het gaat om een felroze poeder waarvan de samenstelling per keer kan verschillen. Juist die onduidelijkheid maakt Tusi lastig te herkennen en moeilijk te plaatsen binnen het bestaande drugsbeeld rond jongeren.
De afgelopen jaren is Tusi zichtbaarder geworden in Nederland. Het middel wordt genoemd in media, onderzocht door kennisinstituten en besproken binnen de zorg. Daarmee is het ook relevanter geworden voor scholen en ouders die willen begrijpen wat er speelt in de leefwereld van jongeren.
Wat is Tusi eigenlijk?
Tusi, ook wel tucibi, tusci of pink cocaine genoemd, is geen officieel gedefinieerde drug. Het is een verzamelnaam voor een mix van verschillende stoffen, waarbij de inhoud per batch verschilt. Uit analyses blijkt dat Tusi onder meer ketamine, MDMA, cafeïne of amfetamine kan bevatten. Regelmatig zit er zelfs helemaal geen cocaïne in, ondanks de naam.
Die wisselende samenstelling maakt het gebruik onvoorspelbaar. Het uiterlijk en de naam suggereren herkenning, terwijl het effect en de sterkte juist kunnen variëren. Dat onderscheidt Tusi van veel andere middelen.
Waarom wordt Tusi als ‘anders’ gezien?
Tusi past binnen een bredere ontwikkeling waarin nieuwe middelen of varianten snel populair worden. Het opvallende roze poeder springt eruit en wordt vaak gepresenteerd als iets bijzonders of exclusiefs. Online beeldvorming speelt daarbij een grote rol. Het middel krijgt een identiteit die losstaat van wat het daadwerkelijk is.
Doordat Tusi niet duidelijk in één categorie valt, ontstaat soms het idee dat het minder risicovol zou zijn. Die aanname is misleidend. Juist het ontbreken van een vaste samenstelling vergroot de onzekerheid over de effecten.
Wat zijn de effecten en risico’s?
De werking van Tusi verschilt per keer en per persoon. Omdat meerdere stoffen tegelijk actief kunnen zijn, kunnen effecten elkaar versterken of juist onverwacht uitpakken. Gebruikers kunnen last krijgen van lichamelijke klachten, verwardheid, angst of overprikkeling. In sommige gevallen treden ernstigere gezondheidsproblemen op, zeker bij combinatie met alcohol.
Voor jongeren is dit extra relevant. Hun lichaam en brein zijn nog in ontwikkeling, waardoor de impact van middelen groter kan zijn en de gevolgen minder goed te overzien zijn.
Waarom is dit onderwerp relevant voor scholen?
Scholen hebben te maken met maatschappelijke ontwikkelingen die invloed hebben op jongeren. Middelengebruik hoort daarbij, ook wanneer het zich grotendeels buiten school afspeelt. Tusi is een voorbeeld van een drug die niet altijd direct herkenbaar is, maar wel onderdeel kan zijn van het bredere gesprek over middelen, groepsdruk en online beeldvorming.
Kennis over wat Tusi is (en vooral wat het niet is) helpt om signalen beter te duiden en gesprekken feitelijk te voeren, zonder te vervallen in aannames of sensatie.
Inzicht in plaats van oordeel
Goede informatie vormt de basis voor begrip. Door helder uit te leggen wat Tusi inhoudt, waarom de naam misleidend is en waarom de samenstelling risico’s met zich meebrengt, ontstaat ruimte voor een realistisch gesprek. Niet vanuit angst of verbod, maar vanuit kennis van wat er speelt.
Binnen onze voorlichtingen over drank en drugs gaan wij in op het gebruik van verdovende middelen in brede zin. Daarbij staat niet één specifieke drug centraal, maar juist het gesprek over werking, risico’s, groepsdruk en beeldvorming. Jongeren krijgen feitelijke informatie en ruimte om vragen te stellen.
Daarnaast bieden wij ook lessen aan waarin wordt gewerkt met een ervaringsdeskundige. Dat kan helpen om het onderwerp concreter te maken en jongeren inzicht te geven in de gevolgen van middelengebruik, zonder te sensationaliseren of te veroordelen.
