De werkloosheid onder jongeren stijgt opnieuw. Vooral jongeren worden geraakt door de toenemende onzekerheid op de arbeidsmarkt. Toch ontstaat die stijging niet simpelweg doordat er te weinig banen beschikbaar zijn. Integendeel: in veel sectoren is juist sprake van personeelstekort. Jongeren vallen om een heel andere reden uit en dat vraagt om aandacht van ouders, scholen en begeleiders.
Waarom de werkloosheid onder jongeren écht stijgt
De stijgende werkloosheid van jongeren hangt sterk samen met de manier waarop jongeren hun tijd en energie moeten verdelen. Jongeren hebben vaker flexibele contracten, werken in sectoren met onregelmatige diensten en voelen meer prestatiedruk vanuit school en sociale omgeving. Hierdoor vallen zij sneller terug in minder uren of haken zij volledig af wanneer de balans wegvalt. De cijfers laten zien dat jongeren sneller wisselen van baan, vaker tijdelijk stoppen en moeite hebben om een stabiel werkritme op te bouwen. Dat maakt deze groep statistisch kwetsbaarder, zelfs wanneer er voldoende werk beschikbaar is.
Jongeren hebben het gevoel dat ze schoolwerk, toetsen, sociale contacten, sport, hobby’s en voortdurende online prikkels combineren. Ze voelen dat het te veel wordt. Zodra de druk oploopt, lijkt hun bijbaan de enige ruimte die ze zelf kunnen loslaten. School gaat door, verwachtingen blijven bestaan, sociale druk neemt niet af, maar stoppen met werken kan wel. Zo verdwijnt hun enige flexibele onderdeel, terwijl dat juist impact heeft op hun zelfstandigheid en toekomst.
Overbelasting zorgt voor uitval
Hoewel er veel vacatures zijn, raken jongeren toch sneller werkloos. De oorzaak ligt in mentale belasting. Jongeren ervaren prestatiedruk, angst om te falen en voortdurend hoge verwachtingen. Veel leerlingen zijn na een schooldag simpelweg “op”. Werken wordt dan geen leerzame ervaring, maar een extra bron van stress die ze niet meer kunnen dragen.
Hierdoor komen ze buiten het arbeidsproces te staan, terwijl ze óók aangeven dat ze graag willen werken. Alleen lukt het niet meer om alle ballen tegelijk in de lucht te houden. Die combinatie van overprikkeling, vermoeidheid en mentale druk veroorzaakt een stille stijging van de werkloosheid onder jongeren.
De impact op motivatie en toekomstbeeld
Wanneer jongeren stoppen met hun bijbaan, leidt dat niet alleen tot minder inkomen. Het zorgt ook voor onzekerheid over zelfredzaamheid. Jongeren vragen zich af of ze het “wel aankunnen”, of ze later succesvol zullen zijn en of hun stress een teken is dat er iets misgaat. Deze gedachten kunnen zwaar wegen en hebben invloed op motivatie en welzijn.
Jongeren hebben behoefte aan helderheid, houvast en mentale tools om met druk om te gaan. Wanneer zij begrijpen hoe stress werkt en hoe ze grenzen kunnen stellen, groeit hun veerkracht. Dat maakt het makkelijker om school, werk en privé te combineren.
Wat ouders en scholen wél kunnen doen
Wanneer jongeren vastlopen door druk, helpt het niet om harder te pushen, maar juist om samen te kijken hoe hun week eruitziet. Ouders kunnen helpen door verwachtingen bespreekbaar te maken, rustmomenten in te bouwen en jongeren te laten voelen dat niet alles perfect hoeft. Kleine gesprekken tijdens het avondeten of onderweg naar school kunnen al veel ruimte geven.
Ook scholen spelen een belangrijke rol. Door te letten op signalen zoals vermoeidheid, teruglopende concentratie of afname van motivatie, kunnen mentoren en docenten eerder het gesprek openen. Een korte check-in, een realistische planning of een beetje flexibiliteit rondom toetsmomenten kan grote impact hebben op hoe jongeren hun dagen ervaren.
Jongeren hebben baat bij praktische handvatten rond stress, balans en keuzes. Het geeft hen meer grip, waardoor zij minder snel het gevoel hebben dat alles tegelijk moet. Samen kunnen ouders en scholen zo een omgeving creëren waarin jongeren durven aangeven wanneer het te veel wordt nog voordat ze afhaken op hun werk.
